Duurzaam en respectvol samenleven

Nieuwsbericht

25/03/2006
 
Collegevorming, het informateursverslag

Verslag informateur Schuurman over coalitievorming.
Met het uitbrengen van dit verslag beëindigde prof.dr.ir. E. Schuurman zijn informatie opdracht. Na een week van gesprekken voeren en onderhandelen adviseert hij de bestaande coalitie voort te zetten. De bal ligt nu weer bij de partijen om vorm te geven aan het verdere verloop.
Hieronder is het verslag opgenomen.


Rijssen 24 maart, 2006
 
Aan de vertegenwoordigers van de fracties, die deelnamen aan het coalitieoverleg.
 
Verslag verkennende besprekingen inzake te vormen coalitie
 
 
1. EERSTE RONDE BESPREKINGEN
 
Vrijdag 17 maart had ik op het gemeentehuis van Rijssen-Holten gesprekken met achtereenvolgens de fracties van de VVD, SGP, CU, het CDA, de PvdA en GB.
 
De besprekingen verliepen in een ontspannen, goede sfeer.
 
Terugblik
Alle gesprekken openden met een ‘terugblik’ op de afgelopen raadsperiode, die ook tegelijk de periode was na de herindeling.
 
Ik heb de indruk dat de meeste fracties  van mening zijn dat na een moeizame start van de eerste twee jaren een onderlinge betrokkenheid en vertrouwen gingen  groeien, die  tot tevredenheid stemt. Grote politieke problemen of conflicten zijn er niet geweest, afgezien dan van de verschillen die horen bij verschillende politieke partijen en bij de daarmee gegeven politieke overtuigingen. Meestal spreekt men over goede persoonlijke verhoudingen. Over het algemeen is ook de verhouding tussen de kernen Rijssen en Holten  soepeler verlopen dan aanvankelijk werd gevreesd. Meer dan eens werd van het zittende college de daadkracht en dynamiek geprezen. De breedheid van het zittende college werd gezien  als oorzaak van het succes. Die  zou ook in niet geringe mate hebben bijgedragen aan de goede integratie van twee oude gemeenten in één nieuwe gemeente. De dualisering gaf aan fracties de mogelijkheid met eigen initiatieven te komen. De één waardeerde dat positief, de ander negatief. 
 
Verkiezingsuitslag
De verkiezingsuitslag laat geen grote verschillen zien met de bestaande zetelverdeling. Dat wijst op gewenste continuïteit bij de kiezer. De fracties sluiten daarbij aan in hun besprekingen over mogelijke coalitievorming. Bij de bespreking van mogelijke onoverkomelijke politieke problemen laten alle fracties weten, dat ze wel voorkeuren hebben, maar geen enkele fractie principieel voor samenwerking uitsluiten. Wel vinden twee fracties deelname van de VVD aan een coalitie in de huidige situatie (vooralsnog) ongewenst.
 
Coalitievorming
In de bespreking over mogelijke coalities speelt voor bijna iedereen de wens mee met minder wethouders de te verdelen taken te kunnen vervullen. Dat is blijkbaar binnen het kader van eerdere bezuinigingen  min of meer afgesproken. Twee fracties sluiten, in geval er zich met de verdeling van de 4 wethouders over de verschillende politieke partijen  grote problemen voordoen,  niet uit op die beslissing eventueel te willen terug komen. Slechts één fractie – en dus een minderheid – zou met drie wethouders,-- dus met een smalle coalitie --  ook wel willen volstaan.
 
Het lijkt mij niet zinnig allerlei alternatieven van coalities, waarvoor toch geen meerderheid bestaat  – althans, zo concludeer ik uit de voorstellen die tijdens de eerste consultatie zijn gedaan -- , de revue te laten passeren. Wat betreft de coalitievorming zijn er   twee voorstellen die beide op een meerderheid zouden kunnen rekenen:
 
1.     Coalitie SGP/CDA/PvdA/CU
2.     Coalitie CDA/PvdA/CU/GB
 
Een meerderheid in beide coalities staat een zakelijk politieke vastlegging voor de oplossing van problemen voor en wenst behoud van eigen principiële visie en wil dus geen vastlegging van principiële standpunten in het te sluiten programakkoord.
 
Beide coalities zouden gesteund kunnen worden door een meerderheid in de Raad, bovendien wordt aan de voorwaarde van 4 wethouders voldaan. Deelnemers aan beide coalities zijn ook participanten aan de vorige coalities, zodat bij beide coalities  aan de algemeen gewenste voorwaarde van continuïteit is voldaan. De eerste coalitie, zo werd geoordeeld, zou te weinig recht doen aan het ‘Holtense belang’. In de tweede variant zou de grootste partij met bijna een winst van 1,6% in de verkiezingen  buiten boord vallen.  De tweede coalitie bevat in stemmental meer verliezers dan de eerste coalitie. De eerste coalitie geeft een betere afspiegeling van de bevolking. 
 
Hoe deze patstelling te doorbreken? Sommige fracties hebben in het overleg halve wethoudersplaatsen afgewezen. Anderen hebben daar geen overwegende bezwaren tegen. Een meerderheid daarvoor tekent zich (nog) niet af. Er zou naar ½ fte’s voor  twee wethouders  gekeken moeten worden om na te gaan of dat de weg is om de bestaande coalitie met 5 partijen alsnog te kunnen handhaven, zonder aan de eerder gedane uitspraak van maximaal 4 wethouders – 4 fte’s -- te kort te doen. Eén fractie zou in dat geval kiezen voor 5 keer 0,8 plaats. Een voordeel van zo’n oplossing is dat ze in overeenstemming is met de algemene waardering voor het huidig college en niet strijdig is met de verkiezingsuitslag. Een derde variant zou dan zijn:
 
       3. SGP/CDA/PvdA/CU/GB
Het CDA geeft aan deze variant zelfs de voorkeur boven andere varianten.
 
De geschetste patstelling is  niet te doorbreken door te letten op de in de informatieopdracht gevraagde inventarisatie van speerpunten. Uit de gesprekken met alle fracties bleek dat er voor geen enkele voorgestelde coalitie onoverkomelijke  politieke problemen of kwesties zijn. Later spreekt de PvdA wel over mogelijke breekpunten.
 
Naar aanleiding van deze uitkomst lijkt het mij gewenst om in een tweede ronde biechtstoel  -- voor zover nodig – meer inzicht te krijgen in de bereidwilligheid van de partijen om aan één van de coalities al of niet deel te nemen. Beide coalities mogen dan wel een meerderheid van de Raad achter zich hebben, van nog niet elke partij kan na een eerste gespreksronde duidelijk zijn of ze in de voorgestelde coalitie zouden willen participeren. Anderen hebben hun een plaats in een bepaalde coalitie toegedacht terwijl ze zelf andere suggesties hadden. Dat betrof met name de fractie van de Christen Unie. Telefonisch heb ik hen het probleem voorgelegd. Ze antwoordde, dat alhoewel de tweede optie (CDA/PvdA/CU/GB) niet hun voorgedragen optie was, ze deze in de besprekingen toch open wilden laten. Later zal blijken dat deze openheid om duidelijke politieke en principiële redenen geen kans van slagen heeft.
 


2. TWEEDE RONDE BESPREKINGEN
 
De ronde besprekingen over de drie varianten van coalities, die dinsdag 21 maart plaats vond met vertegenwoordigers van alle fracties, gaf nog allesbehalve duidelijkheid.
 
Op grond van  de uitkomst van de eerste beraadslaging werd (voorlopig) afscheid genomen van de VVD. De tweede voorgestelde  coalitie verraste de SGP, terwijl ook de CU in deze noodgreep  grote problemen zag. Bij acceptatie van die coalitie zou de kiezer niet begrijpen waarom dat in de verkiezingstijd nooit aan de kiezer is voorgehouden, terwijl  zo’n coalitie toch als politiek feit van de eerste orde zou worden opgevat.  Vanzelfsprekend komt daarmee de eerst voorgestelde coalitie weer in bespreking. Het aantal wethouders zou neerkomen op de afgesproken 4. SGP en CU accepteren zo’n coalitie. De PvdA (nog) niet. Ook heeft de  PvdA er moeite mee om als alternatief coalitiebesprekingen te starten met de winnende partijen (SGP, PvdA en CU), en daarna of CDA, dan wel GB uit te nodigen aan zo’n coalitie te gaan deelnemen.  Dat zou uiteindelijk dus ook weer de eerste variant als uitkomst kunnen hebben, maar aan de wensen van de PvdA tegemoet komen door zelf veel initiatief te tonen.
 
Na een schorsing van een dag liet de PvdA op woensdag 22 maart nogmaals weten dat hun voorwaarden voor een coalitie zijn: 4 wethouders, evenwicht tussen Holten en Rijssen, geen twee Rijssense partijen (GB spreekt in dat verband van 2 reformatorische partijen) en de eerder genoemde mogelijke breekpunten met betrekking tot de SGP blijven van belang. Ze menen dat aan die voorwaarden het beste voldaan kan worden in een  coalitie van CDA,PvdA,CU,GB. Daarmee waren mijn voorstellen door de PvdA afgewezen.
 
Voortgaand overleg
Omdat de coalitiepartijen van nu over het algemeen waardering voor elkaar hebben, ben ik in het overleg steeds uitgegaan van de bestaande coalitie. Omdat de PvdA duidelijk was in de afwijzing van mijn voorstellen,  heb ik daarna GB gesproken om te weten of zij medewerking aan een college SGP, CDA,CU, GB zou willen verlenen.  GB heeft grote waardering voor de huidige coalitie, wil zich pragmatische opstellen m.b.t. politieke problemen om tot oplossingen te komen, wil 4 wethouders, maar wil het liefste de SGP door de PvdA vervangen. Maar  dat is, zoals eerder duidelijk werd, vanwege standpunten van andere fracties, niet mogelijk.
 
Daarna heb ik een coalitie van SGP,CDA, CU en VVD overwogen. Uit een consultatie van alleen het CDA blijkt mij dat men  daar niet voor de VVD voelt.
 
Van de bestaande coalitie blijven dan allen SGP, CDA en CU over. Die zouden samen een coalitieprogramma kunnen gaan schrijven en zouden vervolgens de PvdA of GB kunnen vragen alsnog aan te sluiten. Vanwege de punten van de PvdA zou GB daarvoor het eerst in aanmerking komen. Maar het zou ook kunnen dat  het CDA en de SGP elk 1 ½ wethouder en CU 1 wethouder leveren. Het CDA voelt ook hier niet voor omdat dit te zijner tijd problemen met de kiezer zou geven.
 
Een coalitie zonder de SGP -- , dus CDA, PvdA, CU, GB – kan niet, zoals gezegd, op steun rekenen van de CU. De SGP is de grootste partij, in de verkiezingstijd is niet aan de orde geweest dat de SGP ook maar door één partij wordt uitgesloten, afwezigheid van de SGP in het college zou voor Rijssen lange tijd maatschappelijke gevolgen hebben.
 
Het verwijt aan het adres van de SGP en de CU, dat zij het Rijssense belang vertegenwoordigen, weerleggen zij elk op hun wijze met kracht en kan niet gestaafd worden door de feiten.
 
Speerpunten
Zoals eerder gezegd zijn er bij de gevraagde speerpunten bij geen van de voorgestelde coalities onoverkomelijke problemen. Men wenst in meerderheid aansluiting bij en/of herijking van het zogenaamde ‘strategisch program’.  Wel is er sprake van – zoals ze genoemd werden -- spannende speerpunten, of brandende kwesties, zoals:
 
Problemen m.b.t. rondweg(en)
Aanleg van nog meer tunnels; de VSP; parkeerproblemen
Uitvoering WMO; medisch zorgcentrum; goed sociaal beleid
Woningbouw Holten
Ontwikkeling cultuurcentra in Rijssen en Holten
Stoppen of voortzetten bezuinigen
Afvalopslag problemen.
Sportvoorzieningen
Stimuleren economische bedrijvigheid
Loketfunctie Holten
Goed veiligheids- en milieubeleid
 
 


Slotconclusie
 
Omdat alle partijen al eerder hebben gezegd geen coalitie van slechts 13 zetels te wensen, moet ik tot de conclusie komen dat ik als informateur alle mogelijkheden heb onderzocht, maar niet tot een eenduidige oplossing ben gekomen. Mijn voorstel tot een inhoudelijke bespreking van het coalitieprogramma werd door verschillende fracties in deze fase van onderhandelingen afgewezen. Overigens sluiten fracties die tegen bepaalde coalitievarianten nu nee zeggen voor het vervolg van de onderhandelingen niets uit.
 
Democratie vereist transparantie en doorzicht. Met deze verslaglegging heb ik dat op het oog. Als je niet slaagt, is herhalen van eerdere pogingen niet mijn stijl in de politiek. Terecht zou ik van ‘gezeur’ worden beschuldigd. 
 
Persoonlijk advies
Gezien de opdracht van de gemeenteraad kan ik slechts besluiten met een persoonlijk advies. Uit de eerste onderhandelingsronde bleek bij alle deelnemende partijen waardering voor de werkwijze van de bestaande coalitie. Nu na een week gesprek voeren en onderhandelen is gebleken dat er niet een goed alternatief voor handen blijkt, adviseer ik de bestaande coalitie voort te zetten. Het CDA, de SGP en de CU steunen dit voorstel. Blijkbaar geldt de impasse van na de herindeling nog steeds. Als daarvoor toentertijd een goede oplossing gevonden is, kan die nu ook worden herhaald. Het punt van de 5 wethouders is gezien betaling van wachtgelden aan aftredende wethouders een niet al te groot praktisch politiek probleem, al is voor het principiële standpunt van een  aantal fracties om voor 4 wethoudersplaatsen te kiezen wel waardering op te brengen. “Maar als het niet kan zoals het moet, moet het maar zoals het kan”.
 
De informateur, E. Schuurman



Klik hier om naar het nieuwsarchief te gaan.