01/04/2008
|
Standpunten inzake integriteitsonderzoek
Uitgesproken tekst in raadsvergadering 31 maart door fractievz. HJ Dul
Op 10 december 2007 wordt een verdacht pakketje gedropt in dit gemeentehuis. Uit de adressering is op te maken dat het bestemd is voor het College van B&W. Het kaartje dat eraan is bevestigd vermeldt het opschrift ‘ Integriteit’. De daders van deze aanslag zijn geen onbekenden voor het College, immers al geruime tijd is bekend dat zij een aanslag beramen, van welke vorm dan ook. Een van de daders roept die avond ter verduidelijking dat vooral wethouder Stegeman het pakketje moet openen. Het College is goed voorbereid en direct wordt een explosieven opruimingseenheid ingeschakeld, die het pakket in beslag neemt en de inhoud bestudeert. Zowel de daders als ook de getuigen worden onderworpen aan een onderzoek en het resultaat daarvan ligt nu op tafel. Wat zijn de conclusies van de CDA fractie en wat gaan we er mee doen.
Allereerst moeten we vaststellen dat de twijfel aan de integriteit van het College in het geheel en aan die van de leden van het College in het bijzonder ernstige schade heeft toegebracht aan de politiek in het algemeen en alle personen die deel uit maken van het College. Dat geldt niet alleen voor wethouder Stegeman, maar ook voor burgemeester Koelewijn als voorzitter van het College en portefeuillehouder en voor de wethouders ter Keurst en ter Schure. Zelfs onze medewerkers komen onder schot te liggen, en dat slaat direct terug op de organisatie in het algemeen. Die constatering komt des te harder aan nu de begeleidingscommissie in hun brief bij het rapport van Wagenaar en Hoes unaniem meldt ‘dat het onderzoek aantoont dat niet in strijd met vastgestelde integriteitsregels is gehandeld’. Met andere woorden als de fracties vooraf deze integriteitsregels goed hadden bestudeerd, dan hadden ze het I- woord niet in de mond genomen. Naar de mening van de CDA fractie is een ruiterlijke erkenning hier op zijn plaats. Dat is geen knieval, maar alleen zo’n houding is zuiverend voor de toekomstige onderlinge verhoudingen. Zoals hijzelf al eerder heeft aangegeven heeft het a.s. vertrek van wethouder Stegeman niets van doen met de gedane aantijgingen, maar is een gevolg van de ontstane verhoudingen, die niet alleen te maken hebben met die in de raad, maar ook zijn uitwerking hebben in het persoonlijke vlak. Het doet de CDA fractie dan ook genoegen, dat uit het rapport blijkt dat ook aan zijn integriteit niet wordt getwijfeld. Nu een integer College van B&W verder kan, zal de CDA fractie in de ledenvergadering van 7 april as de opvolger voor wethouder Stegeman presenteren, die dan in mei het stokje kan overnemen en collegiaal kan doorwerken met de andere leden van het College.
Het onderzoeksrapport voldoet volgens de begeleidingscommissie aan de opdracht die zij heeft verstrekt. Het feitenonderzoek dat in de opdracht centraal staat kent een tweetal aspecten: • Het handelen van het college in het licht van integriteitsregels zoals die voor Rijssen-Holten gelden; • Aanbevelingen om het onderling functioneren van en vertrouwen in raad, college en ambtelijke organisatie te versterken. Op basis van het onderzoek moet de begeleidingscommissie en later de raad een oordeel uitspreken.
Vandaag doen we dat over het eerste onderdeel. Zoals gezegd is het unanieme oordeel van de begeleidingscommissie voor de CDA fractie een belangrijk gegeven. Daar hebben we ook weinig aan toe te voegen. In hoofdstuk 2 (het toetsingskader) meldt het rapport dat het woord ‘integriteit’ geen eenduidige uitleg kent, maar dat integriteit veelal persoonlijk wordt ingegeven door gevoelens en achtergronden. De fracties die de integriteit van het College in twijfel trokken, hebben zich weliswaar onder die noemer geschaard, maar uit de gehouden interviews blijkt wel dat inzake de gedane of nagelaten handelingen de ene geinterviewde de integriteitstoets anders hanteert dan de andere. Bij zo’n persoonlijke invulling hoort dan onlosmakelijk de persoonlijke beoordeling. Het ene raadslid wint zich op en wil het naadje van de kous weten, graaft zich in bij de materie, terwijl een ander raadslid er ijskoud onder blijft en liever over een ander onderwerp spreekt. Bij het dossier ENKCO komt dat heel duidelijk naar voren. Deze aspecten zullen we in de komende tijd moeten meewegen, wanneer we doorspreken over communicatie en informatie. De voorbeelden in hoofdstuk 4 (Discrepanties) kunnen daarbij een leidraad vormen.
Dan de bevindingen, die de begeleidingscommissie in haar brief dd 25 maart noemt, en die voortkomen uit hoofdstuk 5 (essentiële momenten) De feiten spreken voor zich: Het College pleegt één overtreding in het dossier ENKCO en één in het dossier AKOR. Alleen in het dossier ENKCO wordt ten tijde van het vorige College een bestuurlijk risico gelopen. In de andere vier dossiers bestaat er bij de verschillende geïnterviewde personen verschil van opvattingen over communicatie en tijdige informatie verstrekking. Ons inziens kan dat niet liggen aan de communicatie tussen college en raad omdat elke week in de briefing zowel de openbare als de niet openbare collegeagenda en- besluiten worden besproken. Elk raadslid ontvangt een exemplaar van de besluitenlijsten en kan daarop naar het College reageren, of indien het openbare stukken betreft hierop in de commissie reageren. De CDA fractie vindt dit een hele goede vorm van communicatie en informatie. Iets anders ligt het bij informatie in de commissievergaderingen zowel gericht op de inwoner als op de raad. Er ligt nog steeds een andere vorm van commissievergaderingen voor, waarin de inwoner actief kan worden betrokken en die opnieuw kan worden opgepakt. Daar moeten we ook in de komende tijd over praten.
Er loop een rode draad door alle dossiers: oppositie tegenover coalitie. Kan die tegenstelling doorbroken worden en kunnen we eendrachtig dienstbaar zij aan onze inwoners? In de voorliggende maanden is de wil om daartoe te komen regelmatig met elkaar besproken, maar telkens hing het zwaard van 24 september (geen vertrouwen meer hebben in het college) en van de verzamelde dossiers boven dat overleg. Als we vanavond met elkaar tot de slotsom komen dat het college integer heeft gehandeld inzake die dossiers en we ons raadsbreed en volledig in willen zetten voor normale bestuurlijke verhoudingen, het verleden achter ons laten en op weg gaan naar betere persoonlijke verhoudingen, dan beantwoordt de CDA fractie die vraag volmondig met een Ja. Wij roepen daarom de raad op om op korte termijn samen met het College waarin weer het vertrouwen is uitgesproken, en onder deskundige leiding de nodige stappen te zetten om tot betere verhoudingen te komen. Niet alleen wij als raad, maar ook de organisatie en zeker onze inwoners zullen daar de positieve gevolgen van ervaren.
Klik hier om naar het nieuwsarchief te gaan. |